Vragen

Mijn levensverhaal. Waarom, voor wie en waarom op deze wijze?

Toen ik vrienden en familieleden begin oktober 2016 vertelde over mijn plan om een verhaal te schrijven over mijn leven werden mij steevast twee vragen gesteld: Waarom wil je dat? En voor wie ga je dat doen? Met een ondertoon van: waar ben je mee bezig?
Veel onbegrip en eigenlijk nooit de opmerking: dat moet je doen. Begrijpelijk, want ze kenden mijn achtergrond niet, maar ernaar vragen deden ze ook niet.

Mensen begrepen mijn beweegredenen voor het schrijven van Jalna pas als zij mijn verhaal hadden gelezen. Dan hoorde ik vaak de opmerking: goed dat je het hebt opgeschreven.
Ik heb lang geaarzeld met het zetten van deze stap, vooral omdat ik niet gewend was mij met de gebeurtenissen van toen bezig te houden. Mijn ouders wilden er kennelijk niet over praten. Vanwege de pijn? Juist daarom bestonden er bij mij heel veel vragen. Zoals:
Wat ging ik overhoop halen? Wat wilde ik ermee bereiken? Wat zou er op mij af komen? Hoeveel pijn zou het gaan opleveren? Mij, maar mogelijk ook mijn zusters? Hoe moest ik omgaan met de historische waarheid?

Hoe beoordelen wij gebeurtenissen uit het verleden?

Veel mensen, en zeker mensen van de jongere generatie, kijken naar de gebeurtenissen rond de tweede wereldoorlog met de bril van nu. Men meent de toen gemaakte keuzes te kunnen beoordelen zonder te kijken naar de context, hoewel historici keer op keer benadrukken dat je voor een goed begrip van die tijd naar de achtergronden moet kijken. Je moet in de geschiedenis duiken en proberen de keuzes die werden gemaakt te verklaren vanuit de situatie toen, niet vanuit het nu. De ingezonden brief hieronder is mij daarom uit het hart gegrepen.

NRC ingezonden brief van 2 maart 2018
Tromp, Coen, VOC, de Gouden Eeuw – allemaal fout. We moeten ons er voor schamen en alle tekenen van verering, zoals beelden en vernoemingen, verwijderen. Maar is dat wel terecht? We gingen van het recht van de sterkste naar gelijke rechten, van het kerstenen van heidense volkeren naar vrijheid van geloof, van een kerkelijk rechtssysteem naar een seculiere rechtsstaat, van een samenleving met rangen naar een egalitaire maatschappij, van mannen die het bestuurlijk bepaalden naar vrouwen met kiesrecht, van martelen als verhoortechniek naar ondervragingen met camera en advocaat. Op ieder moment vonden we wat we deden terecht, maar op een later tijdstip vonden we wat anders. Onze normen en waarden ontwikkelen zich voortdurend, de context van het handelen blijkt geen vaste waarde. Is het terecht om mensen en organisaties die vroeger andere keuzes maakten aan de schandpaal te nagelen? Nee, want je kunt vorige generaties niet afrekenen op het niet hebben van inzichten en normen die zich nog moesten ontwikkelen. Je kunt gedrag of opvattingen alleen bekritiseren op het moment van handelen. Anders zijn wij waarschijnlijk de criminelen van de toekomst. Dat geldt voor nu, het verleden en de toekomst – dat normen veranderen is eigenlijk het enige dat niet verandert.
Lex Veen

Veel mensen verplaatsen zich onvoldoende in de omstandigheden, normen en waarden rond de tweede wereldoorlog en hebben daardoor een te ongenuanceerde kijk op die periode. De conclusie wordt dan al snel: Duitsers waren slecht, de Nederlanders goed. Dat is overzichtelijk en daardoor aantrekkelijk, maar zo simpel is het helaas niet. De waarheid is complexer, er waren ook goede Duitsers en slechte Nederlanders.
Een ander verschil is dat de Duitsers in een totalitaire dictatuur kwamen te leven, de Duitse staat oefende vrijwel absolute controle uit op het leven en handelen van zijn burgers. Hoewel Nederland was bezet door de Duitsers, hadden Nederlanders hier meer vrijheden dan de Duitsers in hun land. Uiteraard geldt dat niet voor het Joodse deel van onze bevolking.

De eerder genoemde simpele kijk op de omstandigheden toen leidde ertoe dat wij als gezin op één hoop met de slechte Duitsers werden gegooid. Uit Berlijn komend waren wij direct verdacht en eigenlijk al veroordeeld. Hoor en wederhoor vond niet plaats, onze schuld stond a priori vast.

Welk verhaal was juist?

De verhalen over het leven van mijn ouders en hun keuzes rond de tweede wereldoorlog lieten mij na mijn pensionering niet meer los. Maar de verhalen waren tegenstrijdig.
Aan de ene kant had je de verdenkingen van collaboratie en het maken van propaganda voor de nazi’s, met als logisch gevolg maandenlange internering en onder beheerstelling van onze eigendommen. Door wanbeheer en onvoldoende toezicht veranderde ons vermogen tussen 1945 en 1949 in een schuld en werden wij gedwongen tot tweemaal toe ons land te verlaten, met een leven in armoede, ontwrichting van ons gezin en het er niet meer over kunnen en willen praten.

Haaks daarop stonden de verhalen van mijn oudere zusters.
Over ongegronde verdenkingen, anonieme beschuldigingen, positieve getuigenissen van onderduikers en reddingen van te deporteren mensen uit Putten. En over wildvreemde mensen die in ons huis en onze spullen woonden en zich ons tafelzilver met onze monogrammen hadden toegeëigend. Mijn oudste zuster (toen bijna 11 jaar oud) ziet het nog helder voor zich.
Ik was toen nog geen twee jaar oud en heb er geen eigen herinneringen aan. Maar vanwege de invloed die deze gebeurtenissen op mijn leven hebben gehad wilde ik de waarheid weten. En aan mijn familie kunnen doorgeven. Het juiste verhaal, gebaseerd op documenten en betrouwbare getuigenissen en vastgelegd in een boek. Dat verhaal noemde ik Jalna, naar de naam van ons huis in Putten.
Pas veel later bleek dat ook vrienden en zelfs onbekenden belangstelling hadden voor mijn verhaal.

Hoe veranderde mijn doelstelling?

Sommige vrienden veronderstelden dat mijn doelstelling het zuiveren van mijn naam was. Door mijn vader van de smet van de verdenking te zuiveren zou ook mijn naam worden gezuiverd.
Hoewel ik in die doelstelling op zich niets negatiefs zie is die veronderstelling onjuist, want aan het begin van mijn onderzoek ging ik er van uit dat mijn ouders strafbare feiten hadden begaan en terecht waren gestraft. De eerste reacties en documenten die ik te zien kreeg maakten mij ook helemaal niet blij (zie Putten). Toch wilde ik de waarheid weten om het verleden daarna af te kunnen sluiten.
Mijn doelstelling was dus niet het zuiveren van de blaam, maar weten hoe het geweest was. De waarheid over mijn ouders.
Daarbij wilde ik niet alleen op zoek gaan naar de positieve eigenschappen van mijn ouders, maar gewoon weten wat voor mensen zij waren, met hun sterke en minder sterke kanten. En vooral, het ging mij er niet om wat anderen ervan zouden denken, maar hoe ik er uiteindelijk over denk. En welke gevoelens dat bij mij oplevert en daarmee ook bij mijn familie.

Uit vele documenten blijkt dat mijn ouders na de oorlog in en door Nederland zwaar gestraft zijn. Bewijsbaar ongegrond. Op enkele voorwerpen na hebben zij (en daarmee wij) hun hele vermogen verloren, terug gekregen hebben wij vrijwel niets. Dat vind ik beschamend en Nederland onwaardig.

Dit onrecht leverde twee nieuwe doelstellingen op:

1. Geen vergetelheid, maar juist openbaarheid.
2. Officiële erkenning van het onrecht dat ons is aangedaan.


Waar komen mijn gevoelens vandaan?

De inhoud van mijn verhaal verklaart sommige gevoelens, die ik heb zowel naar de politiek als naar Duitsland en Nederland. Die gevoelens heb ik vooral van mijn vader overgenomen. En ik ben er van overtuigd dat mijn kinderen bepaalde eigenschappen en gevoelens van mij hebben gekregen. Gevoelens die bij mij ontstaan waren, vanwege de gebeurtenissen in de levens van mijn ouders. Deels zijn dat dingen waarvan ik mij bewust ben, maar er zullen ongetwijfeld dingen zijn die ik doorgeef aan mijn kinderen en misschien zelfs aan mijn kleinkinderen, waarvan ik mij niet bewust ben. Mogelijk kunnen zij door dit later in hun leven een keer te lezen ontdekken waar sommige van hun gevoelens vandaan komen.

Is het boek therapeutisch?

Jazeker, ook deze autobiografie is therapeutisch. Maar belangrijker vind ik dat dit verhaal over vele jaren nog door mijn achterkleinkinderen kan worden gelezen. Het is een stukje geschiedenis en geschreven vanuit mijn persoonlijke beleving. En omdat het voor mijn familie geen roman is die je uitleest en verder terzijde legt haal ik belangrijke dingen soms op meerdere plaatsen in het verhaal opnieuw aan. Daardoor blijft de essentie behouden ook als je maar een stuk van het verhaal leest of alleen iets opzoekt. Vooral de omstandigheden die voor mijn familie van belang zijn haal ik daarbij aan, voor een beter begrip van het leven in die tijd, aangevuld met mijn daarbij opkomende persoonlijke gedachten en gevoelens. Verdriet, boosheid, teleurstelling, frustratie, maar ook blijheid. Bevrijdend. Ook voor mijn familie.

Authentiek of mooi?

Omwille van de authenticiteit heb ik voor mijn verhaal geen ghostwriter of corrector willen inhuren. Het moest mijn verhaal worden en blijven, geheel door mijzelf geschreven en geredigeerd. Niet omdat ik zo eigenwijs ben en overtuigd van mijn eigen taalkundige kwaliteiten, maar omdat ook de eventuele fouten, zowel grammaticaal als voor wat betreft de zinsbouw en mogelijk gebruikte Germanismen, iets zeggen over mij en mijn achtergrond. De eerste twintig jaar van mijn leven heb ik vooral Duits en enkele jaren Frans (volgens mijn moeder zelfs goed) als spreektaal gebezigd. Ook dat is onderdeel van mijn persoon en dat mag iedereen zien. Ik wil bijna dat men dat kan zien. Het hoort bij mij.

Hadden mijn voorouders soortgelijke verhalen?

Ik zou het erg boeiend hebben gevonden als ik van mijn voorouders persoonlijke informatie had kunnen lezen. Veel van mijn verre voorouders hebben eveneens in roerige tijden geleefd en zouden ongetwijfeld een boeiend levensverhaal hebben kunnen vertellen. De Du Ry’s, die in 1686 als Hugenoten Frankrijk hebben moeten ontvluchten en de Holle’s die afkomstig waren uit de buurt van Zweibrücken (Palts). Rond 1750 vluchtte Johannes Holle, mijn stamvader, naar Oostkapelle. Vele anderen van zijn familie ook naar de Verenigde Staten (onder de naam Hull). Allemaal vluchtelingen die in Nederland en Amerika een nieuw bestaan opgebouwd hebben. In vrijheid. Zouden wij dat tegenwoordig niet ‘gelukzoekers’ noemen?